ECLI:NL:RBNNE:2018:599
Rechtbank Noord-Nederland · 13-02-2018 · zaaknummer 18/730030-17
Inhoudsindicatie
Volgens een ‘eenvoudige kasopstelling’ heeft veroordeelde met partner (medeveroordeelde) gedurende meer dan drie-en-een-half jaar een gewoonte gemaakt van het witwassen van geld. Er is geen aannemelijke verklaring gegeven voor het negatieve kasverschil en aannemelijk is dat dit ertoe heeft geleid dat de veroordeelden wederrechtelijk voordeel hebben verkregen. De waarde van de reeds verbeurdverklaarde goederen wordt in mindering is gebracht. Omdat het wederrechtelijk verkregen voordeel als gemeenschappelijk voordeel aan zowel veroordeelde als de medeveroordeelde kan worden toegerekend bepaalt de rechtbank dat de ontnemingsmaatregel aan beiden hoofdelijk wordt opgelegd. De rechtbank stelt de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 76.310 en zal bepalen dat veroordeelde voornoemd bedrag dient te betalen aan de Staat.
Rechters
Advocaten
- H. Mous
- T. van der Goot
Officier van justitie
- H. Mous
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
