ECLI:NL:RBNNE:2018:5344
Rechtbank Noord-Nederland · 29-11-2018 · zaaknummer LEE 18/1210
Inhoudsindicatie
Voor de rechtbank staat genoegzaam vast dat eiser in de periode (…) bij het bedrijf werkzaamheden heeft verricht die in het economisch verkeer als arbeid kunnen worden aangemerkt terwijl hij daarvan geen mededeling heeft gedaan aan verweerder. Het betoog van eiser dat hij bij het bedrijf kwam voor zijn sociale contacten en afleiding, dat hij niet kwam om te werken en dat hij een zeer zware periode achter de rug had, maakt dit niet anders. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat uit het onderzoeksrapport blijkt dat de werkzaamheden die eiser in het bedrijf verrichtte, gelet op de aard, de omvang en het terugkerende karakter daarvan, dienen te worden aangemerkt als productieve arbeid die in het maatschappelijke verkeer een economische waarde vertegenwoordigt. Dat eiser voor deze werkzaamheden geen vergoeding ontving, maar naar eigen zeggen slechts een onkostenvergoeding kreeg per verkochte auto, maakt dit niet anders. Niet van belang is of voor de werkzaamheden werd betaald, maar of daarvoor in het maatschappelijk verkeer normaliter een beloning wordt ontvangen of kan worden bedongen. De rechtbank wijst op de uitspraak van de CRvB van 17 maart 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:796). De rechtbank ziet voorts geen aanleiding om de door verweerder geschatte inkomsten van eiser over de periode (…) voor onredelijk te houden. Volgens vaste rechtspraak van de CRvB – zie bijvoorbeeld de uitspraak van 26 november 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:3913) – mag verweerder de inkomsten op een redelijke wijze schatten als achteraf de omvang van de inkomsten niet meer kan worden bepaald aan de hand van betrouwbare schriftelijke gegevens. Eiser heeft dan de mogelijkheid om de juistheid van de op basis van deze schatting vastgestelde bedragen te weerleggen met ondubbelzinnige, concrete en verifieerbare inkomensgegevens. Een redelijke verdeling van de bewijslast met betrekking tot de omvang van de feitelijk genoten inkomsten uit arbeid brengt in die situatie met zich mee dat het risico dat de relevante gegevens onbewezen blijven, bij de uitkeringsontvanger wordt gelegd. Verweerder heeft in het bestreden besluit aangegeven hoe de verdiensten van eiser zijn berekend en welke gevolgen dat heeft voor de uitbetaling van zijn WAO-uitkering. Niet gebleken is dat deze berekening onjuist is. Verweerder heeft terecht besloten om met toepassing van artikel 44 van de WAO tot terugvordering van de uitkering van eiser over te gaan. Boete van € 40,-; aflossingscapaciteit vastgesteld op nihil. Eiser is tijdig en op correcte wijze gewezen op zijn zwijgrecht. Verweerder mocht de door eiser afgelegde verklaringen ten grondslag leggen aan het boetebesluit.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
