Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2018:4690

Rechtbank Noord-Nederland · 19-11-2018 · zaaknummer 07/663199-11

StrafrechtGepubliceerd 19-11-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ontnemingsvordering. Beroep op het vertrouwensbeginsel. Achterdeurproblematiek coffeeshop. Wederrechtelijk karakter van de opbrengst van de coffeeshop. Betalingsverplichting verminderd vanwege de actieve en begunstigende rol van de lokale overheid bij de groei van de coffeeshop. Veroordeelde, partner van de exploitant van de coffeeshop Sky High in Zwolle, is op 25 februari 2014 door de rechtbank Overijssel veroordeeld voor (onder meer) de overtreding van artikel 3 onder B en C van de Opiumwet. Kort gezegd ging het om het voorhanden hebben van een veel grotere handelsvoorraad dan de 500 gram hennep die op grond van de gedoogvergunning was toegestaan, een kwestie die ook wel wordt aangeduid als de “achterdeurproblematiek” bij het gedoogbeleid voor coffeeshops. De rechtbank Overijssel heeft met toepassing van artikel 9a Sr aan veroordeelde geen straf of maatregel opgelegd. Daarbij is enerzijds overwogen dat veroordeelde zich ervan bewust moet zijn geweest dat het exploiteren van een coffeeshop van een omvang als die van Sky High onmogelijk is zonder het overtreden van de voorwaarden van de gedoogvergunning, maar anderzijds dat de groei van de coffeeshop niet mogelijk zou zijn geweest zonder de actieve en begunstigende rol van de lokale overheid. De rechtbank is in de eerste plaats van oordeel dat noch uit het proces-verbaal, noch uit de zittingsaantekeningen van de griffier of de verklaringen van de toenmalige officier van justitie opgemaakt kan worden dat vanwege het openbaar ministerie uitdrukkelijk is toegezegd dat de ontnemingsperiode op gelijke wijze zou worden bekort als de tenlastegelegde periode in de strafzaak. Het beroep dat de verdediging heeft gedaan op het vertrouwensbeginsel gaat daarmee niet op. De rechtbank ziet verder in de toepassing van artikel 9a Sr geen reden om aan te nemen dat de opbrengst van de coffeeshop geen wederrechtelijk verkregen voordeel zou zijn, nu deze opbrengst alleen gerealiseerd kon worden door overtreding van de gedoogvergunning en de Opiumwet. Op grond van het zogenaamde “Black Widow”-arrest van de Hoge Raad van 4 maart 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AF1965) moet in een dergelijk geval bovendien al het voordeel dat met de exploitatie van de coffeeshop is gerealiseerd als wederrechtelijk worden aangemerkt. Wel houdt de rechtbank bij het opleggen van de betalingsverplichting rekening met de overwegingen die de rechtbank Overijssel ertoe hebben gebracht om toepassing te geven aan artikel 9a Sr. In het licht daarvan acht de rechtbank het onredelijk om de veroordeelden al het geld dat met de exploitatie van de coffeeshop is verdiend te ontnemen. Rekening houdend met de rol van zowel de veroordeelden zelf als die van de (lokale) overheid, is het naar het oordeel van de rechtbank passend om de betalingsverplichting met 50% te verminderen. Daarnaast is er sprake geweest van aanzienlijk tijdsverloop tussen het (definitieve) oordeel in de strafzaak en de beslissing in de ontnemingsprocedure en dat bovendien gedurende al deze tijd de coffeeshop met een gedoogvergunning open is gebleven. De rechtbank ziet in deze omstandigheden aanleiding om de betalingsverplichting nog eens met 25% te verminderen.

Advocaten

  • B.A.C. van Tuinen
  • I.N. Weski

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.