ECLI:NL:RBNNE:2018:4277
Rechtbank Noord-Nederland · 24-10-2018 · zaaknummer 18/930261-17
Inhoudsindicatie
Voormalig GGZ-patiënt wordt veroordeeld wegens poging tot doodslag van een GGZ-medewerker en wegens bedreiging van 2 GGZ-medewerkers. Verdachte voelde een jarenlange wrok tegen de GGZ. Zij is met een mes naar de GGZ gegaan, wilde de directeur –althans een hooggeplaatst iemand binnen de instelling- spreken en heeft het slachtoffer vervolgens eenmaal met het mes in de bovenrug gestoken. Voorwaardelijk opzet op het intreden van de dood is bewezen. Voorbedachte raad op het intreden van de dood is niet bewezen, nu een vooropgezet plan daartoe niet is gebleken: zowel ten overstaan van de politie als ter terechtzitting heeft verdachte consistent verklaard dat het niet haar bedoeling is geweest om iemand te doden, maar dat zij heeft gestoken omdat zij hoorde dat het slachtoffer haar ‘gestoord’ noemde. Verdachte is ontoerekeningsvatbaar en aan haar wordt terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
