ECLI:NL:RBNNE:2018:3682
Rechtbank Noord-Nederland · 14-09-2018 · zaaknummer LEE 17/3660
Inhoudsindicatie
In geschil is een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (de Wnb) voor het opzettelijk vangen van de zwarte kraai, waarbij het gebruik van een vangkooi is toegestaan. Niet in geschil is dat de maatregelen in deze ontheffing leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de zwarte kraai als soort. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat een ontheffing van de verboden als bedoeld in artikel 3.1 van de Wnb kan worden verleend, omdat geen andere bevredigende oplossing bestaat. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat maatregelen die zien op predatiebeheer en preventieve maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van de leef- en overlevingsomstandigheden van de weidevogels, onvoldoende bijdragen aan de bevordering van de weidevogelpopulatie in de provincie Fryslân. Vervolgens is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat deze ontheffing kan worden verleend omdat die ontheffing nodig is ter bescherming van fauna. Verweerder heeft onvoldoende onderzocht en onvoldoende inzichtelijk gemaakt in hoeverre het bestrijden van de zwarte kraai als soort middels deze ontheffing, verdergaande bescherming en bevordering van de weidevogelpopulatie in de provincie Fryslân zal opleveren. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verweerder in dit geval niet heeft voldaan aan het gebod in artikel 3.3, vijfde lid, aanhef en onder a, van de Wnb. Verweerder heeft namelijk niet in de ontheffing(svoorschriften) aangegeven, dan wel anderszins regels gesteld, waaruit volgt voor welke methode van doden van met de vangkooi gevangen zwarte kraaien ontheffing is verleend. Daar komt bij dat cervicale dislocatie op grond van de Wnb en het Besluit natuurbescherming niet kan worden aangewezen als dodingsmethode bij het gebruik van het middel van de vangkooi. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt zij het bestreden besluit op bezwaar en herroept zij de ontheffing. Dit betekent dat de ontheffing niet verleend had mogen worden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
