ECLI:NL:RBNNE:2018:3255
Rechtbank Noord-Nederland · 15-06-2018 · zaaknummer 6822426 AR VERZ 18-35
Inhoudsindicatie
Verzoek tot ontbinding op grond van artikel 7:669, derde lid, sub h, BW wordt afgewezen. De werknemer is veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling, gepleegd in de privésfeer. Het incident vond plaats na een cumulatie van omstandigheden, die zich niet snel opnieuw zal voordoen. De werkgever heeft niet direct, ook niet na kennisname van het veroordelend vonnis, aangestuurd op een einde aan het dienstverband. Dat sprake is van onrust bij de andere medewerkers in verband met een terugkeer van de werknemer is onvoldoende onderbouwd. De enkele verwachting dat onrust zal ontstaan op de werkvloer is onvoldoende grond voor ontbinding, omdat op de werkgever de plicht rust maatregelen te treffen om die eventuele onrust te voorkomen. Dit geldt te meer, nu de werkgever een sociaal werkvoorzienings¬bedrijf is. Recidivegevaar werd door de reclassering (mede) hoog ingeschat vanwege drugsgebruik, maar de werknemer is nu clean en blijft onder controle. De arbeidsmarktpositie van de werknemer weegt in zware mate mee. Het tegenverzoek tot wedertewerkstelling wordt toegewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
