ECLI:NL:RBNNE:2018:2625
Rechtbank Noord-Nederland · 02-07-2018 · zaaknummer LEE 17/2881 en LEE 17/2889 (TUSSENUITSPRAAK)
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 juni 2017 heeft verweerder aan de vergunninghouder een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend voor het realiseren van een expositieruimte, een restaurant en twaalf appartementen in de voormalige watertoren op het perceel [perceel]. De rechtbank is allereerst van oordeel dat het eisers [straat], behoudens [eiser 18], redelijkerwijs te verwijten valt dat zij hebben nagelaten tegen het ontwerpbesluit een zienswijze in te dienen. De rechtbank zal het beroep van eisers [straat], behoudens voor zover dat is ingediend namens [eiser 18], niet-ontvankelijk verklaren. Tevens volgt de rechtbank verweerder niet in zijn standpunt dat [eiser 18] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit. Het beroep van eisers [straat] is ontvankelijk, voor zover dat is ingediend namens [eiser 18]. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit (vooralsnog) niet is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing ten aanzien van de parkeerbehoefte van het bouwplan. In de aanvraagfase heeft verweerder onvoldoende onderzocht en onvoldoende deugdelijk gemotiveerd dat aannemelijk is dat de parkeerdruk in de openbare ruimte met de realisatie van het bouwplan 85% of minder zal zijn. Het bestreden besluit komt reeds daarom voor vernietiging in aanmerking. De rechtbank is voorts van oordeel dat zij onvoldoende (onderzoeks)informatie heeft om tot finale geschilbeslechting te komen. De rapporten van [bedrijf] van 6 oktober 2017 en 24 januari 2018 kunnen niet dienen als basis voor finale geschilbeslechting. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen de gebreken te herstellen door een nader verkeerskundig onderzoek door [bedrijf] te laten verrichten. De rechtbank acht een onderzoeksperiode van drie maanden reëel en voldoende. Na ontvangst van het nader rapport van [bedrijf] dient verweerder in een aanvullend verweerschrift te motiveren in hoeverre aannemelijk is dat de parkeerdruk in de openbare ruimte met de realisatie van het bouwplan 85% of minder is. De termijn waarbinnen verweerder de gebreken kan herstellen bepaalt de rechtbank op vijftien weken na de datum van deze tussenuitspraak. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
