Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2018:2301

Rechtbank Noord-Nederland · 20-06-2018 · zaaknummer LEE 17/2039 en LEE 17/4093

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 19-06-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Als gevolg van de invoering van artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet (AOW) is de aanvangsleeftijd van het AOW-pensioen van betrokkene verschoven. Ingevolge jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep kan bij deze inmenging in het eigendomsrecht in concrete gevallen sprake zijn van een onevenredig zware last als bedoeld in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en daarmee van een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De rechtbank kan verweerder volgen in diens standpunt dat in situaties, waarin een betrokkene geen aanspraak kan maken op een uitkering ingevolge de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR), het zogenaamde pensioengat over het algemeen geen onevenredig zware last zal opleveren. Niet is gebleken dat verweerder heeft onderzocht of de door betrokkene in de bezwaarfase aangevoerde individuele omstandigheden aanleiding geven om af te wijken van het gevoerde beleid. De rechtbank heeft om die reden het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit heeft de rechtbank in stand gelaten. Daartoe is overwogen dat betrokkene voldoende tijd heeft gehad om te anticiperen op de voor hem geldende verhoging van de AOW-leeftijd, dat niet is gebleken dat betrokkene onevenredig zwaar is getroffen door de verschuiving van zijn AOW-leeftijd en dat de met de wetswijziging gekozen leeftijdsgrenzen niet kennelijk onredelijk zijn. Het beroep van betrokkene tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een overbruggingsuitkering heeft de rechtbank ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat, voor zover betrokkene heeft beoogd te stellen dat de uitkering die hij ontvangt gelijkgesteld moet worden met een rechtgevende uitkering in de zin van artikel 5 van de OBR, dit betoog reeds faalt omdat het inkomen van betrokkene te hoog is om in aanmerking te komen voor een overbruggingsregeling.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.