ECLI:NL:RBNNE:2017:4996
Rechtbank Noord-Nederland · 18-12-2017 · zaaknummer 6334501 AR VERZ 17-72
Inhoudsindicatie
De werkgever voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding primair gelegen is in het ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer, het gaat daarbij onder meer om het op oneigenlijke wijze verkrijgen en gebruik maken van bedrijfsgevoelige informatie van de opdrachtgever door de werknemer, alsmede om het plaatsen van uitlatingen door de werknemer op LinkedIn over zijn opdrachtgever en collega's. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door de werkgever in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW. Ook de subsidiair aangevoerde grond, dat sprake is van verstoorde verhoudingen, hetgeen door de werknemer gemotiveerd is betwist, leidt niet tot de gevorderde ontbinding. De kantonrechter overweegt dat, voor zover al sprake is van verstoorde verhoudingen tussen partijen, dit niet in overwegende mate aan de werknemer te wijten valt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
