ECLI:NL:RBNNE:2017:442
Rechtbank Noord-Nederland · 14-02-2017 · zaaknummer 18/730387-15
Inhoudsindicatie
De rechtbank veroordeelt verdachte voor overtreding van artikel 11a Opiumwet tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank heeft het gevoerde niet-ontvankelijkheidsverweer van de raadsman op grond van het volgende verworpen. Uit het dossier is de rechtbank gebleken dat de officier van justitie op de dag dat alle op de tenlastelegging opgenomen goederen in beslag zijn genomen, een bevel tot vernietiging van deze goederen heeft gegeven. Gelet op de aard van de verdenking, zijnde overtreding van artikel 11a van de Opiumwet, waarbij strafbaar is gesteld het voorhanden hebben en/of te koop aanbieden van goederen die bestemd zijn voor de grootschalige en/of bedrijfs- of beroepsmatige hennepteelt, is de rechtbank van oordeel dat hier sprake was van beslag dat kon dienen voor de waarheidsvinding en aldus bewaard had moeten worden. Zeker nu er sprake was van nieuwe wetgeving, waarover nog veel onduidelijkheid bestond, had het op de weg van de officier van justitie gelegen om tenminste de verdediging in de gelegenheid te stellen onderzoekswensen ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen in te dienen. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat de officier van justitie onzorgvuldig heeft gehandeld door het voorschrift zoals is neergelegd in de Aanwijzing inbeslagneming, niet te volgen en er aldus sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. De rechtbank is van oordeel dat er niet sprake is geweest van een dusdanige ernstig vormverzuim dat dit moet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, omdat de verdediging niet zodanig in haar belangen is geschaad, dat er sprake is van een schending van een eerlijk proces. Verdachte heeft samen met een ander op 26 mei 2015 een grote hoeveelheid voorwerpen en stoffen die bestemd zijn voor de grootschalige en beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt in zijn winkel voorhanden gehad en te koop aangeboden. Hiermee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan overtreding van het op 1 maart 2015 ingevoerde artikel 11a van de Opiumwet. Met artikel 11a van de Opiumwet wil de wetgever optreden tegen activiteiten van ondersteunende aard rond de illegale hennepteelt, in het bijzonder de activiteiten die strekken ter voorbereiding of bevordering van die teelt. De rechtbank acht in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend, maar zal hiervan afwijken gelet op het volgende. Alhoewel het bedrijf niet stond ingeschreven als een growshop, was het bedrijf bij politie en justitie wel in beeld in het kader van de handhaving van artikel 11a van de Opiumwet. Daarom weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee dat het bedrijf niet, zoals aangekondigd door de minister van Veiligheid en Justitie, een brief met de gevolgen van de genoemde wetswijziging heeft ontvangen. Evenmin is het bedrijf naar aanleiding van een 'landelijke actiedag controle growshop' in de gelegenheid gesteld om de bedrijfsvoering aan te passen, maar is een groot deel van de handelsvoorraad die in beslaggenomen was direct vernietigd. Dit terwijl er veel onduidelijk was over de reikwijdte van deze nieuwe wetgeving, een situatie die zorgvuldig optreden van de overheid vereist. Ten gevolge van de vernietiging van alle inbeslaggenomen goederen is het bedrijf gesloten. De rechtbank begrijpt dat dit grote gevolgen voor verdachte heeft gehad. De rechtbank houdt er voorts rekening mee dat het gaat om een zaak van bijna twee jaar oud. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte geen relevante justitiële documentatie heeft. De rechtbank acht, alles overwegende en vanuit een oogpunt van normhandhaving, een gevangenisstraf voor de duur van één maand passend en geboden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank die gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen met een proeftijd van 2 jaren, mede om verdachte ervan te weerhouden in de toekomt opnieuw soortgelijke feiten te begaan.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
