ECLI:NL:RBNNE:2017:3134
Rechtbank Noord-Nederland · 27-07-2017 · zaaknummer 18/930265-16
Inhoudsindicatie
T.a.v. de bewezenverklaring: Vrijspraak van de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank is van oordeel dat wel sprake is van een overtreding als bedoeld in artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Vaststaat dat verdachte met veel te hoge snelheid de oversteekplaats voor fietsers is genaderd en dat hij daarbij onvoldoende heeft gelet op het verkeer op het parallel aan de rijbaan van verdachte en naastgelegen fietspad. Verdachte heeft de snelheid van de door hem bestuurde personenauto, bij het naderen van de in zijn rijrichting gelegen oversteekplaats voor fietsers, niet zodanig aangepast dat hij zijn voertuig tot stilstand heeft kunnen brengen binnen de afstand waarover de weg voor hem te overzien was. T.a.v. de strafmotivering: Verdachte heeft, als verkeersdeelnemer, gevaar op de weg veroorzaakt, door op de Groningerstaat te Assen op een relatief korte afstand van fietsersoversteekplaatsen met een veel te hoge snelheid te rijden. Hij is betrokken geraakt bij een ongeval ten gevolge waarvan het slachtoffer is overleden. Dit ongeval heeft voor het overleden slachtoffer en haar nabestaanden onvoorstelbaar leed veroorzaakt zoals op de zitting is gebleken uit de door haar ouders en de broer voorgelezen slachtofferverklaringen, waarin zij op indrukwekkende en aangrijpende wijze de gevolgen hebben beschreven die het ongeval en het overlijden van hun dochter en zus voor hen hebben gehad en nog steeds hebben. De rechtbank realiseert zich dat de gevolgen die het ongeval voor het slachtoffer en haar nabestaanden hebben gehad in geen verhouding staan tot de straf die aan verdachte zal worden opgelegd. Daarbij is van belang in aanmerking te nemen dat ook verdachte nimmer heeft gewild dat hij betrokken zou raken bij een verkeersongeval, laat staan dat hij heeft gewild dat er daarbij een dodelijk slachtoffer te betreuren zou zijn. Bij het bepalen van de op te leggen straf dient de rechtbank zich echter te richten op het strafbare gedrag dat verdachte valt te verwijten: het veroorzaken van gevaar op de weg. Verdachte wordt veroordeeld tot betaling van een geldboete ten bedrage van € 500,- en ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 3 maanden.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
