ECLI:NL:RBNNE:2017:3026
Rechtbank Noord-Nederland · 04-08-2017 · zaaknummer 18/730067-17
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, het medeplegen van een poging tot afpersing en het diefstal in vereniging door middel van braak. De rechtbank oordeelt dat er bij zowel de wederrechtelijke vrijheidsberoving als de poging tot afpersing sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. De diefstal in vereniging door middel van braak heeft verdachte erkend. Verdachte heeft, nadat ze in de chalet had ingebroken, samen met haar medeverdachten gedurende enkele uren gepoogd het slachtoffer af te persen en heeft daartoe het slachtoffer wederrechtelijk beroofd van zijn vrijheid. Nu de rechtbank meer feiten bewezen acht dan de officier van justitie en de raadsman, komt zij tot een andere straf dan geëist en bepleit. De rechtbank neemt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 24 maanden. De rechtbank ziet aanleiding om de op te leggen straf te matigen. Alles afwegende komt de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering.
Advocaten
- U. van Ophoven
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
