ECLI:NL:RBNNE:2017:1143
Rechtbank Noord-Nederland · 28-03-2017 · zaaknummer 18/930325-16, 96/266805-14 (tul) en 96/198021-14 (tul)
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het plegen diefstal met geweld en verduistering. De rechtbank komt op grond van de bewijsmiddelen tot het oordeel dat de onder 1 ten laste gelegde geweldshandelingen en de bedreigingen met geweld, wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Het verweer van de verdediging dat verdachte het slachtoffer niet opzettelijk naar de keel zou hebben gegrepen, acht de rechtbank niet aannemelijk, nu uit voornoemde bewijsmiddelen in combinatie met de ter zitting getoonde beelden naar het oordeel van de rechtbank blijkt dat verdacht vanuit een onderhandse beweging zijn hand gericht omhoog brengt naar de keel van het slachtoffer. Toegepaste artikelen: 57, 63, 312 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.
Rechters
Advocaten
- H.J. Pellinkhof
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
