Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2016:927

Rechtbank Noord-Nederland · 08-03-2016 · zaaknummer LEE 16/734

BestuursrechtGepubliceerd 09-03-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Met ingang van 1 januari 2015 is de Jeugdwet (JW) in werking getreden en gemeenten zijn met ingang van die datum verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen: die ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Eén van de uitgangspunten van de JW is eigen kracht in het jeugdbeleid waarbij participatie, de zelfredzaamheid en wat de jeugdige en de ouders zelf kunnen om het probleem op te lossen, voorop staan. Niet in geschil is dat de moeder van verzoekster al jarenlang individuele begeleiding vanuit een pgb aan verzoekster levert en dat het daarbij gaat om bovengemiddelde zorg. Uit de Verordening 2015 noch uit de Beleidsregels 2015 blijkt welke criteria verweerder hanteert in het kader van de vraag wanneer sprake is van bovengebruikelijke zorg binnen het gezin. Verweerder heeft ter zitting aangegeven kennis te hebben genomen van de brief van staatssecretaris Van Rijn van 7 december 2015 en dat die brief is voorgelegd aan de beleidsmedewerkers om op het aspect bovengebruikelijke zorg beleid te ontwikkelen. Nu nog beleid is ontwikkeld over bovengebruikelijke zorg is niet inzichtelijk wat de grondslag is van verweerders weigering om (de ouders van) verzoekster in aanmerking te brengen voor een voorziening voor individuele begeleiding. Voorts heeft verweerder bij het nemen van het bestreden besluit geen afbouwperiode in acht genomen voor wat betreft de beëindiging van het eerder aan (de ouders van) verzoekster toegekende pgb en ten onrechte geen ondersteuningsplan is opgesteld. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat verweerder met het bestreden besluit en de (formele) gebreken die daaraan kleven er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat verzoekster niet meer is aangewezen op een jeugdhulpvoorziening voor individuele begeleiding in de vorm van een pgb. Hoewel de gebreken aan het bestreden besluit in bezwaar kunnen worden hersteld, dient verweerder in nadere besluitvorming - gebaseerd op een op de individuele omstandigheden van verzoekster toegespitst onderzoek en een nog op te maken ondersteuningsplan en te maken beleid naar aanleiding van de brief van staatsecretaris Van Rijn van 7 december 2015 - zich in bezwaar gemotiveerd uit te laten of (de ouders van) verzoekster al dan niet recht heeft op een voorziening voor individuele begeleiding. Verweerder dient daarbij acht te slaan op de bovengebruikelijke zorg die de moeder van verzoekster levert. In het kader van de belangenafweging heeft de voorzieningenrechter het belang in het voordeel van verzoekster uit laten vallen. Het verzoek is toegewezen en de voorlopige voorziening is getroffen dat het bestreden besluit wordt geschorst tot zes weken na verzending van de beslissing op bezwaar en dat aan verzoekster over die periode een voorziening voor individuele begeleiding in de vorm van een pgb van € 800,00 per maand wordt toegekend.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.