ECLI:NL:RBNNE:2016:3746
Rechtbank Noord-Nederland · 16-08-2016 · zaaknummer LEE 15/2111
Inhoudsindicatie
WOZ vakantiepark. Niet in geschil tussen partijen is dat de gehele onroerende zaak moet worden aangemerkt als één terrein bestemd voor verblijfsrecreatie dat als zodanig wordt geëxploiteerd en dat op grond van artikel 16, aanhef, onderdeel e, Wet WOZ als één object moet worden aangemerkt en als zodanig moet worden gewaardeerd. Gelet daarop, alsmede op het feit dat vaststaat dat het tarief voor OZBE voor woningen voor het kalenderjaar 2014 gelijk is aan dat van niet-woningen, zal de rechtbank dit geschilpunt verder onbesproken laten. De aanslag OZBE is immers niet in verband met het hanteren van het OZB tarief voor niet- woningen en het aanmerken van het vakantiepark als geheel als niet-woning, te hoog vastgesteld. De rechtbank trekt daaruit de conclusie dat eiser nimmer in een voordeliger positie kan komen te verkeren. De rechtbank volgt eiser, onder verwijzing naar LEE 15/2112, niet in zijn stelling dat de van het onderhavige vakantiepark deel uitmakende recreatiewoningen voor de WOZ-waardebepaling dienen te worden aangemerkt als woning. Rechtbank stelt de waarde van het vakantiepark in goede justitie vast.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de gemeente Westerveld
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Westerveld
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
