ECLI:NL:RBNNE:2016:3145
Rechtbank Noord-Nederland · 24-03-2016 · zaaknummer 18.730413-14
Inhoudsindicatie
Opiumwet. Oplegging van 3 jaren gevangenisstraf. Overwegingen omtrent poging of voorbereiding van invoer van cocaïne en deelname aan een criminele organisatie als omschreven in artikel 11a Opiumwet. Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had het invoeren van cocaïne vanuit Zuid-Amerikaanse landen. Hiertoe werden koeriers vanuit Nederland naar Zuid-Amerika gezonden, die de drugs in hun bagage mee terug moesten nemen. Ook is getracht cocaïne in te voeren door het versturen van een postpakket. Dit heeft geleid tot één voltooide invoer, twee pogingen daartoe en tweemaal voorbereiding daarvan. Daarnaast is in de woning van verdachte een hoeveelheid van nagenoeg 7 kilogram hennep en 3 kilogram hasjiesj aangetroffen. De rol van verdachte bestond telkens uit het regelen van koeriers, het onderhouden van contacten met de koeriers en het vervoeren van de koeriers van en naar de luchthaven. Ook heeft verdachte zijn adres opgegeven om post met daarin verdovende middelen te ontvangen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
