ECLI:NL:RBNNE:2016:3071
Rechtbank Noord-Nederland · 30-06-2016 · zaaknummer 18.850356-13
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan brandstichting met gemeen gevaar voor goederen, het in bezit hebben van een vuurwapen met munitie en het doen van valse aangifte van brandstichting en poging tot moord dan wel doodslag. De rechtbank is van oordeel dat de in het vonnis genoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien niet alleen geen steun bieden aan de lezing van verdachte, maar de onwaarachtigheid van deze lezing juist illustreren. Dat verdachte heeft aangegeven dat hij zich niets meer kan herinneren van het voorval, maakt dat een deugdelijke verklaring ten aanzien van het aangetroffen technisch bewijs uitblijft. De rechtbank merkt hierbij op dat de geheugenproblemen van verdachte zich pas na circa twee weken manifesteerden. De rechtbank overweegt dat gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf is aangewezen. Gelet op het tijdsverloop van meer dan drie jaar sinds het plegen van de feiten, acht de rechtbank termen aanwezig om de op te leggen straf enigszins te matigen. Alles bij elkaar genomen acht zij een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
