Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2016:2738

Rechtbank Noord-Nederland · 08-06-2016 · zaaknummer LEE 15/4913 en LEE 15/5014

BestuursrechtGepubliceerd 09-06-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In het verweerschrift heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de aan eiser opgelegde boetes dienen te worden verminderd. In artikel 67 van de Meststoffenwet (oud) was bepaald dat indien van de overtreding een rapport is opgemaakt, er omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport wordt beslist. Tot 1 januari 2013 was verweerders beleid dat wanneer tussen de dagtekening van het rapport en de oplegging van de bestuurlijke boete meer dan 26 weken waren verstreken, de boete met 10% werd verminderd. In eisers geval hebben de gestelde overtredingen plaatsgevonden in 2012, is het afdoeningsrapport opgesteld op 5 maart 2013 en is de boete opgelegd op 17 februari 2015. Derhalve zijn de boetes meer dan 26 weken na de dagtekening van het afdoeningsrapport opgelegd. Op grond daarvan dienen – gezien het beleid – de aan eiser opgelegde boetes met 10% te worden verminderd, aldus verweerder. Ter zitting heeft verweerder aangevoerd dat dit onderdeel van het verweerschrift moet worden beschouwd als een gewijzigd besluit. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat die wijziging niet tot gevolg heeft dat het oorspronkelijke boetebesluit onrechtmatig was, nu de vraag of een dergelijke vermindering van 10% wordt toegepast afhankelijk is van de vraag of iemand zich op die vermindering beroept. Sinds 2013 past verweerder dit beleid steeds zo toe; die beleidstoepassing vindt niet op voorhand ambtshalve plaats. Gelet op hetgeen is opgenomen in het verweerschrift en het verhandelde ter zitting, stelt de rechtbank vast dat verweerder heeft erkend dat aan het besluit op bezwaar betreffende de boeteoplegging een gebrek kleeft nu de boetes met 10% hadden moeten worden verminderd. De rechtbank volgt verweerder echter niet in zijn visie dat (dit onderdeel van) het verweerschrift een gewijzigd besluit betreft. Uit de bewoordingen van het verweerschrift volgt dat verweerder enkel heeft vastgesteld dat de boetes dienen te worden verminderd. Die vaststelling is echter niet als besluit te kwalificeren, nu het verweerschrift niet op rechtsgevolg is gericht en het niet tot eiser maar tot de rechtbank is gericht. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder terecht twee bestuurlijke boetes aan eiser heeft opgelegd wegens overtreding van de gebruiksnormen in 2012. Het restant van het totale boetebedrag (90% van € 26.760,-) acht de rechtbank niet onevenredig hoog. De rechtbank ziet aanleiding om het beroep tegen het besluit op bezwaar betreffende de boeteoplegging gegrond te verklaren, dat besluit op bezwaar te vernietigen voor zover daarbij de hoogte van de boetes is gehandhaafd op € 26.760,-, zelf in de zaak te voorzien door eiser twee bestuurlijke boetes met een totaalbedrag van € 24.084,- (€ 26.760 - 10%) op te leggen, te bepalen dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van dat besluit op bezwaar, verweerder op te dragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden en verweerder te veroordelen in eisers proceskosten. Daarnaast verklaart de rechtbank eisers beroep tegen het besluit op bezwaar betreffende de betalingsregeling ongegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.