ECLI:NL:RBNNE:2016:2414
Rechtbank Noord-Nederland · 24-05-2016 · zaaknummer 18.830237-15
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft op 15 augustus 2015 tijdens een uit de hand gelopen ruzie een man doodgeschoten. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan doodslag en niet aan moord, omdat het fatale schietincident direct volgde op het gevecht tussen de beide mannen en voor kalm en rustig beraad dus geen gelegenheid bestond. Hoewel verdachte zich mocht verdedigen tegen de aanval van het slachtoffer, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank door meteen op diens lichaam te schieten de grenzen van wat voor verdediging nodig was ver overschreden. Deze overschrijding acht de rechtbank niet verontschuldigbaar. Wel houdt de rechtbank bij de strafoplegging rekening met de context waarin de fatale confrontatie heeft plaatsgevonden. Het opleggen van een TBS-maatregel is niet mogelijk, nu op grond van de beschikbare gedragskundige informatie niet kan worden vastgesteld dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis. De rechtbank legt verdachte een gevangenisstraf van 9 jaar op.
Rechters
Advocaten
- C. Eenhoorn
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
