ECLI:NL:RBNNE:2015:866
Rechtbank Noord-Nederland · 13-02-2015 · zaaknummer 18.082322-14
Inhoudsindicatie
Vrijspraak oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank stelt vast dat verdachte zijn deel van overeenkomsten, de betaling, steeds niet volledig is nagekomen, hetgeen een gevolg lijkt te zijn van een slechte financiële positie. Daarmee staat echter niet vast dat verdachte van meet af aan van plan was (juridisch geformuleerd: het oogmerk had) de overeenkomsten niet na te komen. Hooguit kan gezegd worden dat verdachte als ondernemer verkeerde keuzes heeft gemaakt en te lang bleef vertrouwen op een goede afloop. Het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling op het moment van het aangaan van de overeenkomsten, kan naar het oordeel van de rechtbank niet uit de bewijsmiddelen volgen. Dat verdachte er - achteraf bezien – wellicht beter aan had gedaan deze overeenkomsten niet te sluiten kan niet leiden tot het oordeel dat hij aangevers heeft opgelicht. Van oplichting in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht is daarom naar het oordeel van de rechtbank geen sprake, zodat verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken
Advocaten
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
