Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2015:5513

Rechtbank Noord-Nederland · 01-12-2015 · zaaknummer 18.930264-14

StrafrechtGepubliceerd 30-11-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het bewezen geachte levert op: Feit 1 primair: Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, strafbaar gesteld bij artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht; Feit 2: Een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar, strafbaar gesteld bij artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht; Feit 3: Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank overweegt met betrekking tot de strafmotivering het volgende. Verdachte heeft meisjes waarmee hij op internet chatte aangezet tot het plegen van ontuchtige handelingen. Daartoe heeft verdachte, die de meisjes niet persoonlijk kende, eerst een vertrouwensband met deze -jonge- meisjes opgebouwd en hen vervolgens bedreigende chat-berichten gestuurd. Dit is een ernstig feit. Verdachte heeft bij het plegen van het feit slechts oog gehad voor zijn eigen behoeftebevrediging en de gevolgen die het handelen voor de slachtoffers zouden kunnen hebben volstrekt genegeerd. De rechtbank rekent het de verdachte vooral aan dat hij afbeeldingen die hij aldus onder dwang verkregen had via Whatsapp, heeft doorgestuurd en aldus heeft vertoond aan een andere minderjarige. Niet alleen is dat schadelijk voor deze minderjarige, maar daarmee heeft de verdachte ook het risico genomen dat deze afbeeldingen verder verspreid zouden kunnen worden en aldus nog jaren na dato ernstig nadeel voor de slachtoffers zouden kunnen opleveren. Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het verwerven en in zijn bezit hebben van kinderporno. Artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht is in het leven geroepen om seksueel misbruik van jeugdigen met kracht te kunnen bestrijden. Dit is slechts mogelijk als ook de exploitatie van dergelijk misbruik wordt aangepakt. Om die reden heeft de wetgever niet slechts het vervaardigen en verspreiden van kinderporno strafbaar gesteld, maar ook het in het bezit hebben van dergelijke afbeeldingen. Door het verzamelen -downloaden- van kinderporno, is het verdachte, zij het indirect, mede toe te rekenen dat uiterst verwerpelijke praktijken, die plaatsvinden met kinderen van veelal (zeer) jonge leeftijd, in stand worden gehouden en bevorderd. Algemeen bekend is dat kinderen door betrokkenheid bij de op de afbeeldingen voorkomende seksuele gedragingen psychische schade kunnen oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. De rechtbank acht dit zeer kwalijk.

Advocaten

  • H.W. Knottenbelt

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.