ECLI:NL:RBNNE:2015:489
Rechtbank Noord-Nederland · 12-01-2015 · zaaknummer 3683243 \ VV EXPL 14-135
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter overweegt dat in het kader van het door de werkgever ingediende verzoek tot ontbinding (werkneemster is al op non-actief gesteld in verband met een onderzoek door de werkgever), dat gelijktijdig met het door werkneemster aanhangig gemaakte kort geding, de kantonrechter het volgende heeft overwogen. Van dringende redenen is geen sprake en ook het ontbindingsverzoek wegens gewijzigde omstandigheden dient te worden afgewezen. Daartoe is overwogen dat de kantonrechter van oordeel is dat de werkgever van haar werknemers op goede grond mag en kan vragen dat er geen alcohol wordt gedronken tijdens de bewonersvakanties. Echter, van een goed werkgever mag in dit geval worden verwacht, dat zij de werkneemster alvorens beëindiging van de arbeidsovereenkomst na te streven, eerst een ondubbelzinnige waarschuwing geeft. In dit verband is van belang dat de van toepassing zijnde Gedragscode en Werkinstructie ook tot mildere uitkomsten kunnen leiden en dat van een stringent en consequent toezicht door de werkgever op het verbod van alcoholgebruik niet is gebleken. Het heeft er veeleer alle schijn van dat dit oogluikend werd toegestaan in het verleden, zodat andere sancties meer in de rede liggen. De kantonrechter wil er evenwel geen misverstand over laten bestaan dat met de kwetsbare cliënten zorgvuldig moet worden omgegaan en dat de modus operandi van werkneemster in dit geval bepaald niet aan deze maatstaf voldoet. Ten aanzien van de verwijten van de werkgever met betrekking tot het bieden van onvoldoende zorg en het onvoldoende toezicht houden op de cliënten tijdens de boottocht en de indeling van de bewoners in de blokhutten overweegt de kantonrechter dat niet, althans onvoldoende is gebleken van onprofessioneel, onverantwoord en grensoverschrijdend handelen van de werkneemster in dat verband. De omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang wegend, is de kantonrechter van oordeel dat de aard en de ernst van de feiten een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens dringende redenen niet rechtvaardigen. Daarbij is mede in aanmerking dat de consequenties voor de werkneemster die in het verleden een goed functionerend medewerker is gebleken, verstrekkend zijn en dat werkneemster eerst geruime tijd na het incident op non-actief is gesteld en vervolgens pas drie weken later het ontslag is aangezegd. Ook een wijziging van omstandigheden wordt niet aanwezig geacht. Gezien de vorenstaande overwegingen van de kantonrechter komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de gevorderde wedertewerkstelling voor toewijzing vatbaar is. (zie ook 3599299\EJ VERZ 14-133)
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
