Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2015:4155

Rechtbank Noord-Nederland · 03-09-2015 · zaaknummer Awb 15/1056

BestuursrechtGepubliceerd 31-08-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft de WWB-uitkering van eiser met 100% verlaagd gedurende de periode van 1 augustus 2014 tot 1 september 2014, omdat eiser in het kader van zijn re-integratie via Flexwurk-Return is geplaatst bij werkgever Visser, maar dit traject door toedoen van eiser voortijdig is beëindigd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat eiser door zijn toedoen het traject niet heeft kunnen afronden. Ten aanzien van de vraag welke maatregel in deze zaak is aangewezen, oordeelt de rechtbank als volgt. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3331) is het niet aan de betrokkene, maar aan het bijstandsverlenend orgaan om te bepalen welke re-integratievoorziening voor de betrokkene is aangewezen om het uiteindelijke doel, arbeidsinschakeling, te bereiken. Wel is vereist dat het bijstandverlenend orgaan maatwerk levert en de voorziening het resultaat is van een zorgvuldige, op de persoon toegesneden afweging. Het bijstandverlenend orgaan dient voorts aan de betrokkene kenbaar te maken waaruit die voorziening bestaat, waarom deze voorziening, gelet op de individuele feiten en omstandigheden is aangewezen en welk tijdpad wordt gevolgd. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt voldoende dat rekening is gehouden met de beperking van eiser voor wat betreft het frequent hanteren van zware lasten. Niet helder is evenwel welke afspraken er zijn gemaakt tussen Flexwurk-Return en de werkgever, met name voor wat betreft de vraag wat de werkgever van eiser mocht verwachten. Daar staat tegenover dat eiser het werk wel is gaan doen. De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de klachten van de werkgever over het werkpatroon van eiser, sprake is van een situatie van woord tegen woord. In het nadeel van eiser weegt wèl dat hij zegt dat hij het werk niet kon doen, maar dat hij ervoor heeft gekozen om dat niet tegen zijn werkgever te zeggen en het ook niet als reden aan te geven voor zijn verzoek om een 3-gesprek. In aanmerking genomen dat onduidelijk is welke afspraken er door Flexwurk-Return met de werkgever zijn gemaakt en dat een laag werktempo nog niet hetzelfde is als een ongemotiveerde werkhouding, is de rechtbank van oordeel dat verweerder weliswaar was gehouden aan eiser een maatregel op te leggen, maar dat de aan eiser opgelegde standaardverlaging met 100% te hoog is te achten. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat de uitkering van eiser over de periode van 1 augustus 2014 tot 1 september 2014 wordt verlaagd met 50%.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.