ECLI:NL:RBNNE:2015:1505
Rechtbank Noord-Nederland · 06-03-2015 · zaaknummer 18.930238-14
Inhoudsindicatie
De rechtbank is ten aanzien van het eerste feit van oordeel dat gelet op de door beide verdachten gebruikte schuilnaam [schuilnaam] en het leveren van de drugs door de ene verdachte, terwijl de andere verdachte de telefonische bestelling van de drugs heeft aangenomen en vice versa, verdachten bewust en nauw hebben samengewerkt bij het dealen van cocaïne en heroïne. Gelet op de verklaring van getuigen dealden verdachte en zijn medeverdachte gedurende langere tijd, in elk geval vanaf 1 juli 2014, tot het moment dat beide verdachten zijn aangehouden op 5 november 2014, in harddrugs. Dat zowel verdachte als zijn medeverdachte gedurende enige weken in het buitenland zijn verbleven voor een vakantie doet niet af aan de bewezenverklaarde periode. De rechtbank verwerpt aldus de verweren van de raadsman en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte in de periode van 1 juli 2014 tot en met 5 november 2014 cocaïne en heroïne hebben verkocht, afgeleverd en vervoerd. De rechtbank acht ten aanzien van het tweede feit bewezen dat verdachte op 5 november 2014 49,790 gram heroïne aanwezig heeft gehad. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden. Artikel 10 jo. artikel 2 Opiumwet
Advocaten
- H.W. Knottenbelt
Officier van justitie
- J.F. Severs
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
