ECLI:NL:RBNNE:2015:1504
Rechtbank Noord-Nederland · 06-03-2015 · zaaknummer 18.930253.14
Inhoudsindicatie
Bij de vaststelling van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 komt het aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in zijn algemeenheid valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van deze bepaling. Voor culpa is meer nodig dan het veronachtzamen van de voorzichtigheid en oplettendheid die van een normaal oplettende bestuurder mag worden verwacht. Voorts is van belang dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van met verkeersregels strijdig verkeersgedrag die schuld kan worden afgeleid. Verdachte heeft het verkeerslicht dat reeds vier seconden rood licht uitstraalde niet gezien en heeft met een snelheid van 62 km/uur, een snelheid die 12 km/uur hoger is dan de maximaal toegestane snelheid van 50 km/uur de kruising opgereden en een botsing veroorzaakt. Verdachte heeft niet geremd, maar juist gas gegeven terwijl hij de kruising naderde. Daarnaast heeft hij, terwijl hij de kruising opreed, naar de versnellingspook gekeken, in plaats van naar het verkeer op de kruising. Verdachte heeft daarmee aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld en heeft daarmee schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 uren en een voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden. Artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.
Advocaten
- K. Spoor
Officier van justitie
- G. Wilbrink
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
