ECLI:NL:RBNNE:2014:732
Rechtbank Noord-Nederland · 13-02-2014 · zaaknummer 13/798
Inhoudsindicatie
Toekenning WW-uitkering. Het (eerdere) ontslag van 21 september 2012 leidde tot een beëindiging van het dienstverband per (einde) 31 december 2012. Mede gelet hierop ligt aan het ontslag op staande voet van 31 december 2012 geen subjectieve dringende reden ten grondslag. Op het moment dat het ontslag op 21 september 2012 werd gegeven was geen sprake was van een dringende reden. Derhalve is geen sprake van het verwijtbaar ontstaan van werkloosheid. Anders dan de werkgever heeft gesteld kan er niet door latere gebeurtenissen alsnog een dringende reden gelegd worden onder een reeds gegeven ontslag. Het standpunt van de werkgever dat de feiten waarvan de werknemer wordt beschuldigd zodanig ernstig zijn dat hij geen WW hoort te krijgen, miskent dat het volledig weigeren van de WW-uitkering niet een reactie is op onbetamelijk handelen op zichzelf beschouwd maar een gevolg is van het verwijtbare ontstaan van werkloosheid. Het gaat er om of de werkgever in het gedrag van de werknemer – los van de vraag of dit gedrag in algemeen maatschappelijk opzicht onaanvaardbaar zou zijn – aanleiding heeft gezien het dienstverband te beëindigen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
