Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2014:5642

Rechtbank Noord-Nederland · 12-11-2014 · zaaknummer AWB 13_1069

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 14-11-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat het voornemen niet kan worden aangemerkt als het door de Awb vereiste boeterapport, maar herstelt dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Nu het niet voorzienbaar was dat schending van de inlichtingenplicht met ingang van 1 januari 2013 als voortdurend delict zou worden aangemerkt, en dat er om die reden voor de gehele periode een zwaardere straf kan worden opgelegd dan voorheen gold, komt de toepassing van de overgangsbepaling zoals neergelegd in artikel XXV, tweede lid, van de Wet aanscherping, voor zover dit artikellid terugwerkende kracht van een punitieve bepaling beoogt, in strijd met hetgeen is bepaald in artikel 7 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (IVBPR) en buiten toepassing moet worden gelaten. Voor de boeteoplegging betekent dit dat er een splitsing moet worden gemaakt ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenplicht door eiser tussen de periode vóór 1 januari 2013 en de periode daarna. De rechtbank overweegt dat in het kader van de beoordeling van de evenredigheid van een wettelijk gefixeerde boete, in de eerste plaats beoordeeld moet worden of en in hoeverre de wetgever de factoren die de evenredigheid bepalen, heeft verdisconteerd in de wettelijke regeling. Naar mate de wetgever meer evenredigheidsfactoren in de hoogte van de boete heeft verwerkt, zal er voor de rechter (en ook voor het bestuursorgaan) minder snel aanleiding zijn om de abstracte afweging van de wetgever in een concreet geval te corrigeren. De rechter zal vervolgens moeten beoordelen of de opgelegde boete, alle evenredigheidsfactoren in ogenschouw nemend, in het concrete geval ook daadwerkelijk evenredig is. De aard en de ernst van de overtreding zijn, zo overweegt de rechtbank, in beginsel volledig meegewogen. Voor wat betreft de mate van verwijtbaarheid overweegt de rechtbank dat de lagere wetgever deze factor voor een groot deel heeft verdisconteerd in artikel 2a van het Boetebesluit. De criteria voor verminderde verwijtbaarheid genoemd in dit artikel zijn evenwel niet limitatief zodat er hier enige ruimte bestaat voor de rechter. Daarnaast kan de bestuursrechter de persoonlijke omstandigheden en de omstandigheden van het geval bij de concrete toetsing betrekken.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.