Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2014:5437

Rechtbank Noord-Nederland · 04-11-2014 · zaaknummer C/19/103315 / FA RK 14-291 en C/19/107128 / FA RK 14-2597

Civiel rechtGepubliceerd 05-11-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In deze zaak gaat het om toepassing van het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel in de Wet Bopz, waardoor het verzoek om de machtiging voortgezet verblijf na 10 jaar gedwongen opname wordt afgewezen. Betrokkene lijdt aan een pedofiele stoornis, Asperger (een autismespectrumstoornis) en is zwakbegaafd. In 1994 is hij veroordeeld voor een ‘hands on’ delict met een minderjarige en 1997 is hij veroordeeld in verband met een ‘hands of’ delict. Vanaf 2004 is hij in het kader van de Wet Bopz gedwongen opgenomen. In maart 2014 is de machtiging voortgezet verblijf door de rechtbank met een half jaar verlengd en voor het overige aangehouden. De rechtbank overwoog: ‘om te voorkomen dat gedwongen opname daadwerkelijk disproportioneel wordt, dient er voortgang gemaakt te worden met het gecontroleerd verlenen van vrijheden en verloven aan betrokkene, zodat een beter, want op recentere gegevens gebaseerd, antwoord gegeven kan worden op de vraag in hoeverre de geestesstoornis betrokkene gevaar doet veroorzaken en met name in hoeverre dit gevaar wellicht ook door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis, dan wel door het stellen van voorwaarden, kan worden afgewend.’ De rechtbank overweegt in de hierop gevolgde uitspraak van 4 november 2014 dat het ziekenhuis geen uitvoering heeft willen geven aan de uit het proportionaliteitsbeginsel voortkomende overwegingen als neergelegd in de beschikking van 13 maart 2014, er op gericht om betrokkene meer gecontroleerde vrijheden te verlenen om aldus meer inzicht te krijgen in de vraag in hoeverre de stoornis van betrokkene ook nu nog gevaar veroorzaakt en of dit gevaar wellicht ook op andere wijze dan een gedwongen opname kan worden afgewend. Dit betekent dat de door de rechtbank gewenste duidelijkheid er niet is gekomen. Dit gebrek aan duidelijkheid mag echter niet tot in lengte van dagen ten nadele van betrokkene blijven strekken. Nu geen althans onvoldoende duidelijkheid bestaat over de kans dat het gevaar intreedt en over de ernst van het mogelijk intredende gevaar, terwijl de bewijslast hiervan primair rust op de officier van justitie, en verwacht had mogen worden dat dit extra zou zijn gemotiveerd in relatie tot de lange duur waarin betrokkene reeds gedwongen is opgenomen, is de rechtbank van oordeel dat het gedwongen verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel niet langer dient voort te duren. De rechtbank neemt hierbij mede in overweging dat ook blijkens de meest actuele risico-analyse sprake is van een slechts matig risico op relatief milde seksueel grensoverschrijdende delicten.

Advocaten

  • E.M. Hoorenman

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.