ECLI:NL:RBNNE:2014:4723
Rechtbank Noord-Nederland · 26-09-2014 · zaaknummer 18.920045-14
Inhoudsindicatie
De verdachte ontkent dat hij 5 februari 2014 een fiets door de ruit van de voordeur van het huis van aangever. Aangever stelt in zijn aangifte (pagina 180, proces-verbaal politie) dat op 5 februari 2014 om 20:00 uur een ruit van de voordeur van zijn woning is vernield en hij niet heeft gezien wie de ruit heeft vernield. Een getuige (pagina 183, proces-verbaal politie) verklaart bij de politie die zij heeft gezien dat verdachte de fiets door de ruit van de voordeur heeft gegooid. Zij zou dit hebben gezien toen zij achter het huis stond en zij zou door een raam van de achterdeur van de woning hebben gezien dat verdachte, die voor het huis stond, de ruit van de voordeur heeft vernield. Het incident heeft blijkens de aangifte plaats gehad op 5 februari 2014 rond 20:00 uur. De rechtbank acht het niet waarschijnlijk dat getuige, door de achterdeur van de woning, mede gelet op de duisternis op de datum en het tijdstip van de vernieling, onomstotelijk heeft kunnen waarnemen dat het verdachte is geweest die de ruit zou hebben vernield.
Advocaten
- R.J. de Boer
Officier van justitie
- A.M. Ariese
officier van justitie
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
