ECLI:NL:RBNNE:2014:4367
Rechtbank Noord-Nederland · 15-07-2014 · zaaknummer Awb 13/910
Inhoudsindicatie
Uitspraak naar aanleiding van tussenuitspraak van 4 maart 2014 (AWB 13/910, ECLI:NL:RBNNE:2014:1414). In tussenuitspraak heeft rechtbank overwogen dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of aan de toeslagpartner van eiser in het licht van artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de door eiser aangehaalde arresten een van het verblijfsrecht van haar kind afgeleid verblijfsrecht hier te lande toekomt. Het bestreden besluit is onvoldoende zorgvuldig voorbereid omdat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of de toeslagpartner van eiser aan het Unierecht een rechtstreeks verblijfsrecht kan ontlenen waardoor eiser over de maanden oktober 2012 tot en met december 2012 aanspraak kan maken op een huur- en zorgtoeslag. Verweerder mag niet alleen uitgaan van de aan de toeslagpartner van eiser toegekende code 98. Verweerder heeft derhalve gelegenheid gekregen om het geconstateerde gebrek te herstellen. Voor wat betreft de stellingen die verweerder in reactie en in aanvullend gemotiveerd bestreden besluit heeft betrokken met betrekking tot artikel 20 VWEU overweegt de rechtbank dat verweerder hiermee het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek niet heeft hersteld. Een verwijzing naar een eerdere procedure van de rechtbank kan hiertoe niet volstaan. Ook het belang dat verweerder hecht aan het feit dat er geen op artikel 20 VWEU gebaseerde aanvraag voor een verblijfstitel voor de toeslagpartner van eiser is gedaan, volstaat niet nu een verblijfstitel rechtstreeks uit het Unierecht kan voortvloeien. Verweerders motivering dat eiser zelf Nederland niet hoeft te verlaten is onvoldoende nu het juist om de verblijfsrechten van de toeslagpartner gaat. Verweerder heeft het gebrek in het bestreden besluit niet hersteld. Beroep gegrond. De rechtbank voorziet niet zelf in de zaak maar geeft verweerder opdracht een nieuw besluit te nemen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst Toeslagen
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Belastingdienst Toeslagen
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
