ECLI:NL:RBNNE:2014:3199
Rechtbank Noord-Nederland · 03-07-2014 · zaaknummer 18.830330-13
Inhoudsindicatie
Cuijkse zedenzaak De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan: Onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag. Verdachte heeft beslissende invloed gehad op de keuze van de minderjarige om bij hem te verblijven. Verkrachting. Verdachte is nadat de minderjarige tijdens de door hem uitgevoerde seksuele handelingen had aangegeven niet meer verder te willen, toch doorgegaan, zoals blijkt uit het in het dossier weergegeven en ter (besloten) zitting aanschouwde beeldmateriaal. Het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige beneden de leeftijd van zestien jaren. Ook via de webcam kan ontucht worden gepleegd met een ander persoon. Dat er geen lijfelijk contact is doet hieraan niet af, mits er sprake is van relevante interactie tussen de personen die zich aan weerskanten van de internetverbinding bevinden. Voorts heeft verdachte zich meerdere malen schuldig gemaakt het plegen van ontuchtige handelingen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, met een meisje die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt en heeft hij zich schuldig gemaakt aan grooming. De rechtbank acht de tenlastelegging voor wat betreft de kinderporno voldoende feitelijk en duidelijk omschreven. In combinatie met het dossier is zonder meer duidelijk welk verwijt de verdachte wordt gemaakt. In het dossier is een groot aantal afbeeldingen gedetailleerd omschreven. Daar komt bij dat aan de rechtbank, in een besloten terechtzitting een compilatie is getoond van het aangetroffen beeldmateriaal. De rechtbank heeft kennis genomen van het recente arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2014, nr. 12/00248. In de overwegingen van de Hoge Raad in dit arrest ziet de rechtbank evenmin aanleiding voor het oordeel dat de dagvaarding niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren en tot t.b.s. met dwangverpleging. De rechtbank kent aan de slachtoffers forfaitaire bedragen aan immateriële schade toe gebaseerd op de ernst, duur en omvang van het misbruik.
Advocaten
Officier van justitie
- B.D. van der Burg
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
