ECLI:NL:RBNNE:2014:3090
Rechtbank Noord-Nederland · 24-06-2014 · zaaknummer 18/730010-14
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan doodslag. De rechtbank verwerpt het beroep op noodweer(exces) en veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren. De rechtbank acht aannemelijk dat het slachtoffer de confrontatie met verdachte heeft opgezocht. Hij is naar verdachtes woning gegaan, terwijl hij zichtbaar handboeien bij zich droeg, en heeft om geld geroepen. Hij verkeerde daarbij onder invloed van amfetamine, hetgeen kennelijk voor verdachte waarneembaar was. De rechtbank gaat ervan uit dat het slachtoffer verdachte als eerste heeft geslagen. Verdachte heeft het slachtoffer eenmaal met kracht met een mes boven in de borst gestoken, waardoor deze is overleden. De rechtbank gaat ervan uit dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van verdachte door het slachtoffer waartegen verdachte zich mocht verdedigen. De rechtbank is echter van oordeel dat de manier waarop verdachte zich heeft verdedigd niet in redelijke verhouding stond tot de ernst van de aanval en dat hij de mogelijkheid heeft gehad om zich aan de aanval te onttrekken en dit ook had moeten doen. Voorts acht de rechtbank niet aannemelijk dat verdachtes handelen een onmiddellijk gevolg was van een hevige gemoedsbeweging. Daarom is geen sprake van noodweer of noodweerexces. De rechtbank weegt de wijze waarop het slachtoffer verdachte is tegemoet getreden wel in verdachtes voordeel mee bij het bepalen van de strafmaat.
Advocaten
- R.W. de Casseres
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
