ECLI:NL:RBNNE:2014:282
Rechtbank Noord-Nederland · 17-01-2014 · zaaknummer 12/605, 12/741, 12/742
Inhoudsindicatie
Eiseres heeft een bedrijf dat zich bezighoudt met dienstverlening en met de verkoop van door haar ontwikkelde software en daarnaast met het met het ontwikkelen van producten en diensten en biedt deze op de markt aan. Verweerder heeft de door eiseres ingediende aanvragen om subsidie voor de ontwikkeling van een drietal projecten afgewezen op -primair- de overweging dat geen sprake is van een proof of concept en -subsidiair- dat de voor de drie projecten aangeschafte hardware geen materiaalkosten zijn. In geschil is de vraag of de in de aanvragen opgevoerde materiaalkosten (voor de hardware) nodig zijn voor een zogeheten proof of concept, dat wil zeggen een prototype als bedoeld in van artikel 1, aanhef en onder c, van de Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit 2010 (Regeling) en zo ja, of ze dan subsidiabel zijn. De rechtbank overweegt dat bepalend voor de beantwoording van de vraag of bepaalde apparatuur nodig is om het zogenoemde proof of concept te kunnen leveren, is of het werkingsprincipe ook zonder die apparatuur kan worden bewezen. Door eiseres is voldoende aannemelijk gemaakt dat in de drie projecten sprake is van een proof of concept. Voorts is aannemelijk dat voor alle drie de projecten de aangevraagde apparatuur noodzakelijk is voor het (kunnen) aantonen van het werkingsprincipe van de te ontwikkelen basissoftware. Beoordeeld moet dan worden of de door eiseres gevraagde apparatuur specifiek verbonden is met een proof of concept dan wel of de apparatuur ook voor andere projecten kan worden ingezet. Voorts dient te worden beoordeeld of de gevraagde apparatuur behoort tot de normale bedrijfsuitrusting van eiseres. De rechtbank overweegt dat de apparatuur niet specifiek een onlosmakelijk geheel vormt met het te ontwikkelen prototype (software). Hoewel de apparatuur nodig om de software te kunnen ontwikkelen, heeft de apparatuur geen specifiek eigen karakter dat onlosmakelijk is verbonden met het te ontwikkelen prototype. De software kan ook worden ontwikkeld op andere apparatuur met vergelijkbare algemene specificaties. Verder overweegt de rechtbank dat gebleken is dat de apparatuur niet alleen wordt gebruikt voor een proof of concept, maar ook voor de verdere doorontwikkeling van de op de apparatuur ontwikkelde basissoftware tot een uiteindelijk commercieel toepasbaar product. Van belang daarbij is dat de door eiseres aangeschafte apparatuur in beginsel ook kan worden ingezet voor andere ontwikkelingsprojecten. De omstandigheid dat eiseres dit uit efficiency overwegingen meestal niet doet, maakt dat niet anders. De rechtbank overweegt voorts dat van een bedrijf als dat van eiseres, dat mede tot doelstelling heeft het ontwikkelen van internetsoftware en internetdiensten, mag worden verwacht dat het een zekere basisuitrusting heeft die nodig is voor het bereiken van die doelstelling. Hoewel de in de aanvragen vermelde apparatuur een belangrijke rol speelt bij het ontwikkelen van het prototype, is de apparatuur daar onvoldoende specifiek mee is verbonden, zodat het tot de normale bedrijfsuitrusting van eiseres behoort. Het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel, onder verwijzing naar de aanvraag op grond van de WBSO, verwerpt de rechtbank omdat de beoordeling en het toetsingskader in het kader van de WBSO (geheel) anders is dan de beoordeling die in het kader van de Regeling plaatsvindt. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de subsidieaanvragen heeft afgewezen op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van de Regeling omdat geen sprake is van materiaalkosten voor het bouwen van een prototype. Nu er geen grond is voor het toekennen van de gevraagde subsidies, laat de rechtbank de vraag of de in het kader van de subsidie-aanvragen ontwikkelde software kan worden aangemerkt als proof of concept buiten beschouwing. De rechtbank verklaart de beroepen van eiseres ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
