ECLI:NL:RBNNE:2014:2132
Rechtbank Noord-Nederland · 28-03-2014 · zaaknummer 18.920237-13
Inhoudsindicatie
De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte van het hem tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft gesteld dat de bedreigingen die door verdachte zijn geuit van dien aard waren en onder zodanige omstandigheden zijn geuit dat bij de bedreigden niet de redelijke vrees heeft kunnen ontstaan dat verdachte ook werkelijk zijn bedreigingen tot uitvoer zou brengen. De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar betoog. Naar het oordeel van de rechtbank waren de bedreigingen van dien aard en zijn ze onder zulke omstandigheden gedaan dat deze bedreigingen in het algemeen een dergelijke vrees opwekken. De rechtbank is van oordeel dat er in de onderhavige situatie sprake is geweest van reële bedreigingen.
Rechters
Advocaten
- K. Martens
Officier van justitie
- H.H. Louwes
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
