ECLI:NL:RBNNE:2014:2121
Rechtbank Noord-Nederland · 25-04-2014 · zaaknummer 18.930325-13
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, evenals de officier van justitie, onvoldoende aanknopingspunten aanwezig om aan te nemen dat tussen verdachte en zijn medeverdachte sprake is geweest van een zodanige significante samenwerking dat gesproken kan worden van het plegen van openlijk geweld gepleegd tegen het slachtoffer De Vente. De rechtbank is verder van oordeel dat het aan het slachtoffer toegebrachte letsel aan onderrug en/of bil niet valt aan te merken als zwaar lichamelijk letsel. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het de rechtbank gebleken dat de wond is genezen, dat er weliswaar sprake is van een litteken, maar dat het slachtoffer niet of nauwelijks meer wordt beperkt c.q. belemmerd in zijn dagelijkse bezigheden. De rechtbank leidt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting verder af dat door verdachtes handelen geen vitale lichaamsdelen en organen van het slachtoffer zijn beschadigd.
Advocaten
- H.J. Pellinkhof
Officier van justitie
- J. Houwink
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
