ECLI:NL:RBNNE:2013:8367
Rechtbank Noord-Nederland · 22-07-2013 · zaaknummer 12/482
Inhoudsindicatie
In beginsel ligt een veroordeling tot betaling van de proceskosten van een derde partij, zoals een vergunninghouder, niet in de rede. Indien de derde-partij een vergunninghouder is, dan is de situatie immers zo dat deze beschikt over een door het bevoegde bestuursorgaan verleende vergunning. In die situatie dient het procesrisico voor rekening van het bestuursorgaan te komen. Anders kan dit echter liggen voor een vermeende overtreder die als derde partij deelneemt aan een geding. Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb stelt uitdrukkelijk dat ‘een partij’, dus ook een derde-partij, in de proceskosten kan worden veroordeeld. Dit is naar het oordeel van de rechtbank derhalve in uitzonderlijke gevallen mogelijk. In dit geding doet zich zo’n uitzonderlijk geval voor.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Infrastructuur en Milieu
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Infrastructuur en Milieu
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
