ECLI:NL:RBNNE:2013:6889
Rechtbank Noord-Nederland · 29-10-2013 · zaaknummer 18.930283-13
Inhoudsindicatie
De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Uit het strafdossier blijkt dat het slachtoffer aangifte heeft gedaan van de door verdachte jegens haar gepleegde handelingen zoals omschreven in de dagvaarding. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat genoegzaam is gebleken dat het slachtoffer de vervolging van de verdachte wenste. Het slachtoffer c.q. aangeefster voelde zich misbruikt door verdachte, die zich tegenover de politie in denigrerende zin over het slachtoffer heeft uitgelaten en bovendien heeft toegestaan, zonder dat aangeefster het wist, dat een ander de seksuele handelingen heeft kunnen aanschouwen. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende invulling gegeven aan het aan het slachtoffer toekomende recht en haar belangen die artikel 167a van het Wetboek van Strafvordering beoogt te beschermen. De officier van justitie is dan ook ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.
Advocaten
Officier van justitie
- R. de Graaf
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
