Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNNE:2013:4045

Rechtbank Noord-Nederland · 25-03-2013 · zaaknummer C-18-138420 - JE RK 13-18

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 03-07-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Betreft afwijzing van het verzoek verlenging termijn ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de drie minderjarige kinderen. Bevoegdheid De ouders hebben de kinderen op 28 september 2012 meegenomen naar een onbekend adres in Duitsland. Het onttrekken van de kinderen aan de uitvoering van de getroffen jeugdbeschermingsmaatregelen is ongeoorloofd. Het huidige verzoek vloeit voort uit de eerdere verzoeken tot (voorlopige) ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. In ter zake genomen beslissingen, tot en met de Hoge Raad, is vastgesteld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en bevoegd is om van de verzoeken kennis te nemen op grond van de bepalingen van Brussel II bis. Relatief bevoegd is de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. In de onderhavige procedure is de rechtbank uitgegaan van het perpetuatio fori-beginsel: de gewone verblijfplaats bij aanvang van de maatregel is bepalend. Inhoudelijke beoordeling Nu de kinderen door de ouders onttrokken zijn aan het zicht van bjz zijn de criteria, op grond waarvan de ondertoezichtstelling is uitgesproken, voor een verlenging daarvan thans feitelijk niet toetsbaar. De kinderen worden onttrokken aan elk contact met hulpverlening en worden verborgen gehouden, volgens de raadsman onder erbarmelijke omstandigheden, hetgeen doet vermoeden dat de ernstige zorgen die er ten tijde van de ondertoezichtstelling waren, nog steeds bestaan. De ouders zijn, gesteund door hun raadsman, op vele fronten de juridische strijd aangegaan. Dit levert voor de kinderen thans een situatie van abstinentie van hulpverlening en voorzieningen op, hetgeen schadelijk moet worden geacht voor de ontwikkeling van de kinderen, temeer daar de getroffen kinderbeschermingsmaatregelen niet tot uitvoering kunnen worden gebracht. De ontstane patstelling tussen bjz en de ouders is voor de Centrale Autoriteit aanleiding geweest het teruggeleidingsverzoek van bjz af noch toe te wijzen. Wel is er een zorgmelding uitgegaan naar de Duitse Centrale Autoriteit. Het is in het belang van de minderjarigen dat er een situatie van rust en redelijkheid wordt geschapen met inzet van alle betrokkenen. De abstinentie van hulpverlening en voorzieningen voor de kinderen moet worden doorbroken. Een verlenging van de termijn van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing draagt daar niet aan bij, hoe juist de onderbouwing van de verzoeken daartoe ook mag zijn. De kinderrechter spreekt de verwachting uit dat de ouders hun verantwoordelijkheid zullen oppakken opdat de kinderen weer toegang krijgen tot hulpverlening en voorzieningen die zij nodig hebben in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

  • H. Struycken

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.