ECLI:NL:RBNNE:2013:3828
Rechtbank Noord-Nederland · 18-06-2013 · zaaknummer 19.910831-12
Inhoudsindicatie
Het door de verdachte gepleegde feit is een ernstig delict. Verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer, waarbij de geldende sociaal-ethische normen, voortvloeiende uit het bepaalde in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht, ruimschoots zijn overschreden. De rechtbank rekent dat de verdachte aan. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden van oordeel dat in dit geval het opleggen van de voorwaardelijke werkstraf, als door de officier van justitie is gevorderd, een passende bestraffing is voor deze verdachte.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- G. Wilbrink
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
