ECLI:NL:RBNNE:2013:1972
Rechtbank Noord-Nederland · 10-04-2013 · zaaknummer C-17-125384 - FJ RK 13-218
Inhoudsindicatie
De kinderrechter ondersteunt in principe het uitgangspunt van de uitvoerster om een uithuisplaatsing aan een kinderrechter voor te leggen. Een machtiging tot uithuisplaatsing maakt de positie van zowel de uitvoerster, de ouders als de minderjarige duidelijk. Echter, in het onderhavige geval is er sprake van instemming van ouders om [minderjarige] te plaatsen bij de Swaai. Het is de kinderrechter niet gebleken dat ouders twijfelachtig zijn over de opname, waardoor de plaatsing wellicht gevaar zou lopen. Tevens is niet gebleken dat de informatievoorziening aan de gezinsvoogd vanuit de Swaai problemen oplevert zolang er geen machtiging tot uithuisplaatsing is. De Swaai heeft aan ouders aangegeven dat zij de beschikbare informatie over [minderjarige] ook zal verstrekken aan de gezinsvoogd. Moeder heeft daarnaast ter zitting toegezegd ook zelf de informatie aan de gezinsvoogd te willen verstrekken. Gelet op het bovenstaande ziet de kinderrechter aanleiding het verzoek van de uitvoerster af te wijzen. Dit doet in dit geval recht aan de opstelling van de ouders. Daarbij weegt de kinderrechter mee dat een eventuele machtiging tot uithuisplaatsing de samenwerking met ouders juist zou kunnen bemoeilijken, nu ouders een machtiging tot uithuisplaatsing op zouden kunnen vatten als een teken van wantrouwen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
