ECLI:NL:RBNHO:2026:956
Rechtbank Noord-Holland · 04-02-2026 · zaaknummer 15/098240-25 (P)
Inhoudsindicatie
De verdachte is veroordeeld voor opzetaanranding, terwijl de schuldige werkzaam is in een instelling voor gezondheidszorg of maatschappelijke zorg en begaan jegens een persoon die aan de waakzaamheid van de schuldige is toevertrouwd die in die instelling is opgenomen, meermalen gepleegd. Nieuwe wetgeving. Bewijsoverweging m.b.t. het ontbreken van de wil bij het slachtoffer. Het slachtoffer betreft een kwetsbaar persoon bij wie sprake is van een licht verstandelijke beperking. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Beslissing op vordering benadeelde partij wegens immateriële schade.
Advocaten
Officier van justitie
- R.P. Peters
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
