ECLI:NL:RBNHO:2026:8451
Rechtbank Noord-Holland · 24-06-2026 · zaaknummer C/15/379238 HA RK 26-135
Inhoudsindicatie
Wrakingskamer. Het wrakingsverzoek van 18 juni 2026 is (kennelijk) ongegrond, omdat het niet is gemotiveerd. De op 22 juni 2026 ingediende (nadere) onderbouwing laat de rechtbank bij de beoordeling buiten beschouwing, omdat de feiten of omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen en aan dat voorschrift niet is voldaan. Voor zover verzoeker bedoeld heeft het ter zitting gedane wrakingsverzoek te baseren op het feit dat de rechter zich niet, zoals verzoeker vroeg, wilde uitlaten over een stelling van eiser over een voorval omtrent klemrijden waarvan aangifte zou zijn gedaan, is het ook (kennelijk) ongegrond, omdat een reactie van de rechter op een verzoek om de zitting op een door verzoeker gewenste wijze in te richten, een beslissing is die geen grond voor wraking kan vormen: het rechtsmiddel wraking is immers geen rechtsmiddel tegen een dergelijke rechterlijke (proces)beslissing. De wrakingskamer legt voorts een wrakingsverbod op vanwege het misbruik maken van het rechtsmiddel wraking. Verzoeker heeft in een eerdere procedure ter verkrijging van een voorlopige voorziening die toen connex was aan de onderhavige hoofdzaak HAA 25/3508 – na de behandeling van dat verzoek ter zitting – de wraking verzocht van de voorzieningenrechter, een ander dan de huidige rechter. Hij heeft vervolgens ook (meermalen) de wraking verzocht van de wrakingskamer die dat verzoek zou behandelen. Bij beslissingen van 21 november 2025 en 19 december 2025 is op die verzoeken afwijzend beslist (ECLI:NL:RBNHO:2025:14046 en ECLI:NL:RBNHO:2025:15752). De wrakingskamer heeft bij de beslissing van 21 november 2025 bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in die zaak niet in behandeling zou worden genomen. Een belangrijke overweging daarbij was dat geconstateerd werd dat verzoeker niet zozeer uit was op een beslissing op zijn verzoeken, maar de behandeling traineerde, omdat hij wenste dat op een beslissing in een andere zaak werd gewacht. Ook in dit geval wijst alles er op, zowel de timing aan het eind van de zitting als het gebrek aan (onmiddellijke) onderbouwing, dat verzoeker uitsluitend aanstuurt op uitstel van verdere behandeling en beslissing in de hoofdzaken. Daarbij komt dat de aanpak rond het verzoek tot wraking overeenkomsten vertoont met de aanpak in de procedure die heeft geleid tot de beslissingen van 21 november 2025 en 19 december 2025. Ook toen heeft verzoeker met name aangestuurd op uitstel van de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
