ECLI:NL:RBNHO:2026:5191
Rechtbank Noord-Holland · 13-05-2026 · zaaknummer C/15/363610
Inhoudsindicatie
{gedaagden} hebben met behulp van geld van {eisers} een boerderij met een perceel grond gekocht. {eisers} zeggen dat partijen daarbij hebben afgesproken dat {eisers} mede-eigenaar van een deel van de gekochte grond zouden worden. Omdat {gedaagden} weigeren {eisers} mede-eigenaar te maken, vorderen {eisers} primair voor recht te verklaren dat partijen zijn overeengekomen dat {eisers} mede-eigenaren zullen worden van de grond en {gedaagden} te veroordelen mee te werken aan de levering van de helft van de mede-eigendom van de grond. Subsidiair vorderen zij voor recht te verklaren dat partijen zijn overeengekomen dat de grond gelijkelijk tussen partijen verdeeld zou worden en {gedaagden} te veroordelen mee te werken aan gelijkmatige verdeling van de grond. {gedaagden} betwisten de door {eisers} gestelde overeenkomsten. De rechtbank oordeelt dat {eisers}. onvoldoende hebben onderbouwd dat partijen hebben afgesproken dat {eisers} mede-eigenaar van de grond zouden worden. De rechtbank wijst daarom de vorderingen van {eisers} af.
Rechters
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
