ECLI:NL:RBNHO:2026:4191
Rechtbank Noord-Holland · 01-04-2026 · zaaknummer K/4102/11905024
Inhoudsindicatie
De ex-partner van de oorspronkelijke huurster is ontvankelijk in zijn vordering tot medehuurderschap, hoewel de vordering niet gezamenlijk is ingesteld. De beslissing over het gevorderde medehuurderschap wordt aangehouden. Aan de ex-partner is een bewijsopdracht gegeven, omdat vooralsnog onvoldoende is aangetoond dat de ex-partner gedurende twee jaar zijn hoofdverblijf in de woning heeft (gehad), een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de oorspronkelijke huurster voerde en over voldoende financiële middelen beschikt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
STICHTING PRÉ WONEN
gedaagde · bedrijf
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
