ECLI:NL:RBNHO:2026:2571
Rechtbank Noord-Holland · 02-03-2026 · zaaknummer 11999307
Inhoudsindicatie
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst en een billijke vergoeding. Volgens de werknemer is het ontslag na afloop van de proeftijd gegeven en daarom niet rechtsgeldig, wat door de werkgever wordt betwist. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag niet (rechts)geldig is. In deze procedure stelt de kantonrechter namelijk vast dat de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst 6 oktober 2025 was in plaats van 1 november 2025, zodat het gegeven ontslag op 10 november 2025 na de proeftijd van een maand is gegeven. De werkgever wordt daarom veroordeeld tot betaling van de vergoedingen, alsmede tot tot (uit)betaling van achterstallig salaris en de niet genoten vakantiedagen over de periode 6 oktober tot en met 31 oktober 2025.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
