ECLI:NL:RBNHO:2025:928
Rechtbank Noord-Holland · 05-02-2025 · zaaknummer C/15/359968 / KG ZA 24-717
Inhoudsindicatie
De zaak betreft een executiegeschil op grond van artikel 438 Rv. Partijen verschillen op een aantal punten van mening over de strekking van het dictum van het vonnis van 18 september 2024 van de voorzieningenrechter. Eisers vorderen een verbod aan gedaagden om het vonnis te executeren op straffe van een dwangsom.Gedaagden vorderen in reconventie juist verhoging van de dwangsommen zoals opgelegd in het eerdere vonnis en stellen dat de eerder opgelegde dwangsombepaling onvoldoende prikkel vormt voor eisers om aan het vonnis te voldoen. Daarnaast vorderen zij buitengerechtelijke incassokosten. De vorderingen in conventie worden toegewezen en de vorderingen in reconventie worden afgewezen. De voorzieningenrechter legt uit waarom.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
