ECLI:NL:RBNHO:2025:8686
Rechtbank Noord-Holland · 24-07-2025 · zaaknummer 23/6449
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft geweigerd de aangemelde schuld van eiseres over te nemen, dan wel te compenseren, omdat niet aannemelijk is geworden dat de schuld voor 1 juni 2021 opeisbaar was. De schuld voldoet daarom niet aan de gestelde eisen van artikel 4.1, tweede lid, van de Wht. Aangezien eiseres evident niet is benadeeld door het motiveringsgebrek dat kleeft aan de uitspraak op bezwaar, ziet de rechtbank daarin geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot het vergoeden van de proceskosten in beroep.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Financiën
verweerder · overheid
[eiseres]
eiseres · onbekend
Overheidspartijen
Minister van Financiën
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
