ECLI:NL:RBNHO:2025:8254
Rechtbank Noord-Holland · 26-05-2025 · zaaknummer C/15/363235
Inhoudsindicatie
Kort geding. Partijen zijn ex-partners. De vrouw wil dat de man meewerkt aan de verkoop van de gemeenschappelijke woning, op straffe van een dwangsom. Volgens de man moeten de vorderingen van de vrouw worden afgewezen, omdat hij heeft inmiddels zijn handtekening onder de verkoopopdracht aan makelaar heeft gezet. De voorzieningenrechter wijst de vordering van de vrouw grotendeels toe, want alhoewel de man met zijn akkoord een goede stap heeft gezet, hij heeft het afgelopen jaar allerminst aan de verkoop meegewerkt. De man wil op zijn beurt dat de voorzieningenrechter tijdelijk een andere zorgregeling en vakantie- en feestdagenregeling voor het minderjarige kind van partijen bepaalt. De voorzieningenrechter wijst die vorderingen grotendeels af, met name omdat de situatie niet zodanig spoedeisend is dat de lopende procedure bij de familierechter, waarin de man dezelfde voorlopige voorziening heeft gevraagd, en het overleg met verschillende hulpverleners betrokken bij het kind, dat op afzienbare termijn zal plaatsvinden, niet kan worden afgewacht. Wel bepaalt de voorzieningenrechter dat de man een opvangdag met de vrouw kan ruilen, zodat de minderjarige langer aaneengesloten met de man bij haar oma kan zijn.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
