ECLI:NL:RBNHO:2025:7080
Rechtbank Noord-Holland · 21-05-2025 · zaaknummer 356072 HA ZA 24-468
Inhoudsindicatie
De rechtbank oordeelt dat gedaagden tekortschieten in hun verklaringsverplichting op grond van art. 476a Rv e.v. Hun verklaringen zijn onvoldoende onderbouwd met stukken en geven onvoldoende inzicht in de onderlinge financiële verhoudingen tussen de groepsvennootschappen. DEMMS faciliteerde uit hoofde van een huurrelatie met eiser de huisvesting voor de (andere) groepsvennootschappen. Gedaagden hebben onvoldoende onderbouwd weersproken dat zij in verband met die geboden huisvesting bedragen verschuldigd zijn of zullen worden aan DEMMS. Dit betekent dat ervan wordt uitgegaan dat geen verklaring is afgelegd. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor beslag is gelegd als ware zij daarvan zelf schuldenaar.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
