ECLI:NL:RBNHO:2025:6717
Rechtbank Noord-Holland · 19-06-2025 · zaaknummer 24/5557
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak gaat over de last onder dwangsom die aan eisers is opgelegd wegens het oneigenlijk gebruik van een stuk gemeentegrond achter hun tuin en het bijbehorende invorderingsbesluit. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat sprake is van strijd met het bestemmingsplan waardoor het college in beginsel bevoegd en verplicht is om handhavend op te treden. Het standpunt van eisers dat zij door verjaring eigenaar zijn geworden van het desbetreffende stuk grond is niet relevant voor de vraag of het college kan handhaven wegens strijd met het bestemmingsplan. Verder is de rechtbank van oordeel dat handhaving in dit geval niet onevenredig is. Niet is gebleken dat sprake is van strijd met het rechtszekerheids- of het gelijkheidsbeginsel. Ook het feit dat eisers het stuk grond al 16 jaar in gebruik hebben is niet voldoende om af te zien van handhaving. Tot slot hebben eisers geen dusdanig bijzondere omstandigheden aangedragen dat het college van de invordering van de dwangsom had moeten afzien. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
